Sociale verzekering

Bijstandsuitkeringen - IOAW, IOAZ en WWIK - per 1 januari 2006

Door het stijgen van het netto minimumloon gaan de bijstandsuitkeringen per 1 januari 2006 ook omhoog. Een alleenstaande ouder krijgt bijvoorbeeld netto ruim € 33,- in de maand meer. De landelijke bijstandsnormen zijn afhankelijk van het netto minimumloon. Als het netto minimumloon verandert, dan worden de bijstandsuitkeringen wettelijk aangepast. Hetzelfde geldt voor de uitkeringen IOAW en IOAZ, voor oudere werkzoekenden, en WWIK, voor kunstenaars met een inkomen onder bijstandsniveau. Per 1 januari 2006 is het netto minimumloon, inclusief vakantiegeld, € 1.201,20 per maand. Dat bedrag wordt ook de maandelijkse bijstandsuitkering voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden tussen de 21 en 65 jaar. Daarmee krijgen ze netto bijna vijftig euro per maand meer dan nu. Alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar gaan er bijna 25 euro per maand op vooruit en krijgen € 600,60 per maand. Dat is vijftig procent van het netto minimumloon. Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2006, inclusief vakantie-uitkering, € 840,84 per maand. Dat is zeventig procent van het netto minimumloon. Gemeenten kunnen de landelijke normbedragen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders in individuele gevallen verhogen met een toeslag van maximaal twintig procent van het netto minimumloon: € 240,24 per maand.

Minimum(jeugd)loon per 1 januari 2006

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2006 met 0,62 procent. Dit is het gevolg van de aanpassing van het wettelijk minimumloon aan de gemiddelde ontwikkeling van de CAO-lonen. Daarbij wordt uitgegaan van de helft van de door het CPB verwachte loonstijging. Op 1 juli 2006 volgt een halfjaarlijkse aanpassing.

Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het brutominimumloon bij een volledig dienstverband per 1 januari 2006:

per maand: € 1272,60
per week: € 293,70
per dag: € 58,74

meer lezen

Leuvass header